Van wie is die trein en hoeveel rekening moeten we met elkaar houden? Het recht om jezelf te zijn in een publieke ruimte staat tegenover het recht om niet iemand anders persoonlijke leven opgedrongen te krijgen. Voor de meeste mensen geldt: zolang iets of iemand niet aanstootgevend is, is het acceptabel in het openbaar. Dan blijft de vraag natuurlijk wát dan precies aanstootgevend is. Mogen mannen van veertig met een dikke bierbuik met een te kort shirt in het centrum lopen op een warme zomerdag? Of zou je liever zien dat zij iets minder ‘zichzelf zijn’ op dat moment?
Het conflict tussen privé en openbaar kwam deze week aan de orde toen in Frankrijk moslims uit protest op straat gingen bidden: er waren namelijk te weinig gebedsruimtes. De autoriteiten boden de gelovigen alternatieve stilteruimtes aan, maar schreven óók een verbod uit om op straat te bidden. Een raar verbod, dat een hoop vragen oproept.
Hoe kun je bijvoorbeeld controleren dat iemand aan het bidden is? Een man kan wel knielen of zichzelf naar Mekka richten, maar het kan maar net zo zijn dat hij éigenlijk aan lekker avondeten denkt, aan zijn bijna complete verzameling tuinkabouters-met-gereedschap, of dat hij twijfelt of hij zijn cactus niet te veel water heeft gegeven. Andersom kan hij ook nonchalant tegen een muurtje gaan staan, een krantje openslaan en onopvallend een gesprekje met God beginnen. Het is dus volkomen van de pot gerukt om zoiets oncontroleerbaars als bidden te verbieden. Je kunt net zo goed een verbod afkondigen op ‘een liedje in je hoofd hebben’.
Waarom dan toch die rare maatregel? De Franse minister van Binnenlandse Zaken zei dat hij bidden op straat ‘onacceptabel’ vindt omdat het volgens hem een directe aanval op het ‘secularisme’ is: het geloof mag volgens hem geen invloed uitoefenen op de maatschappij. Eerlijk gezegd denk ik dat hij maar wat roept. Als de kerk de politieke koers gaat bepalen, ja dán heeft het geloof invloed op de maatschappij. Maar noch een (massaal) gebedje, noch een liedje in je hoofd heeft werkelijke invloed op de samenleving. Waar het eigenlijk om gaat, is wat de minister aanstootgevend vindt!

Biddende mensen zijn voor hem misschien als dikke mannen van veertig met een halfblote bierbuik: een onaangenaam gezicht waar hij zich aan ergert. Hij wil ze niet zien in de openbare ruimte. Ze moeten óf naar binnen gaan, of ‘een shirt aantrekken’ (lees: niet laten zien dat ze bidden. Dan moeten ze dan maar rechtop doen, zonder wat voor gebedshouding dan ook). Misschien is het probleem voor de minister ook dat het niet één ‘dikke blote man’ is, maar een hele groep. Dus ook het aantal biddende mensen is belangrijk voor de mate van aanstootgevendheid.
In plaats van een samenscholingsverbod (er mogen niet meer dan x mensen bij elkaar zijn op straat) koos de minister maar lafjes voor een ‘bidverbod’, dat niet te handhaven valt. Nu staat het de gelovigen volkomen vrij om uit protest tegen te weinig gebedsruimte op straat te dansen, zingen, of zelfs een bierbuik te laten groeien en een kort hemdje aan te trekken. Dan zien we wel of de Franse overheid dat allemaal óók gaat verbieden.
Rare jongens, die Galliërs.
Door: Marlies
Foto's: FaceMePLS